Zit het zweet op de juiste rug?

Een oud adagium in de rechtspraak luidt: “wie eist, bewijst.” Met andere woorden: wie een standpunt poneert moet hem ook zelf onderbouwen. In debatten maken mensen zich er vaak gemakkelijk vanaf door die een omgekeerde bewijslast van de ander te vragen.

In een debat in 2002 stelt Pim Fortuyn dat ‘Paars volledig is mislukt’. De reactie van Ad Melkert: “Dat is niet waar.” Fortuyn verschuift kunstig de bewijslast: “Bewijst u dat maar eens!”, waarna Melkert hard aan het werk gaat en met allerlei argumenten komt.

Tijdens een debat wilt u erop toezien dat degene die een argument aandraagt ook degene is die daar de onderbouwing voor geeft. Gebeurt dat niet? Spreek hen er gerust op aan. “U zegt dat… Kunt u ook uitleggen waarom dat waar is?”

Hoe ga ik om met dominante gesprekspartners?

Debatteren met een dominante tegenstander voelt hetzelfde als tegen de stroming in zwemmen. U werkt hard, doet enorm uw best, maar komt weinig verder. Alle argumenten die u aandraagt worden gemakkelijk aan de kant geschoven en kritiek lijkt uw tegenstander niet te deren. Waarom weet hij altijd zo’n goedlopende zin te produceren als reactie op uw argument?

9 van de 10 keer heeft u te maken met een sturende gesprekspartner. Deze tegenstander besteedt zo min mogelijk tijd aan het debatteren over uw thema’s maar wil het vooral graag hebben over zijn eigen thema’s. Dat zijn de thema’s waar hij met de stroming mee kan zwemmen. Ieder argument klopt, ieder voorbeeld is raak en uw tegenstander voelt zich dus als een vis in het water.

Hoe kunt u dit herkennen? Let met name op de brugzinnetjes. Enkele voorbeelden:

  • Dat klinkt als een interessant voorstel, maar wat we vooral niet moeten vergeten is dat…
  • Dat is een argument waar we zeker over na moeten denken, maar wat in deze discussie centraal staat is…
  • Ik begrijp uw punt, maar wat de mensen zich vooral afvragen is…
  • Heel terecht opgemerkt, maar waar het hier om gaat is…

Besef dat het niet aan uw tegenstander is om te bepalen waar het debat over gaat, wat in deze discussie centraal staat of wat de mensen zich vooral afvragen. Dat bepaalt u net zo goed als hij. Grijp daarom in door dezelfde techniek te gebruiken: stuur het debat terug naar waar het om gaat.

De pyramidale aanpak

Menig facilitator staat voor groepen die groter zijn dan tien man. Toch iedereen volop betrekken? Kies dan de pyramidale aanpak.

Stap 1: Maak tweetallen

Deel de gehele groep op in tweetallen. Laat elk tweetal vijf minuten met elkaar discussiëren totdat ze een goede aanpak hebben gevonden.

Stap 2: Voeg tweetallen samen

Laat tweetallen elkaar ontmoeten en weer vijf minuten bespreken, net zolang totdat ze een van de twee oplossingen gekozen hebben. Voeg die viertallen vervolgens weer samen.

Stap 3: De laatste twee

Aan het eind blijven er twee vertegenwoordigers in de discussie over. Uw taak als gespreksleider is de discussie tussen hen zo goed mogelijk kunnen begeleiden.

1x ik = 3x U

Als mensen willen overtuigen doen ze dit vaak door hun eigen standpunt te vertellen. Dit gaat meestal gepaard met gebruik van het woord ‘ik’. Zinnen als “ik vind”, “wat mij betreft” en “mijn mening is als volgt” stellen de spreker zelf centraal. Geen goede manier om de ander te verleiden uw standpunt over te nemen.

Begin daarom niet bij uzelf maar bij de ander. Als u het woord ‘u’ vaak gebruikt spreekt u automatisch over de ander en treedt u buiten uzelf. Een goede manier om een maatwerkverhaal te vertellen in plaats van een verhaal dat vooral voor uzelf overtuigend is.

Laat een collega in een gesprek eens turven hoe vaak u ‘ik’ en ‘u’ zegt, of neem het gesprek op en luister het later terug. Tip om het beter te doen: stel meer vragen aan de ander!

Hoe kom je als leider in dialoog?

Leiderschap zit niet in een persoon, maar in de groep. Elke leider is daarom vooral gespreksleider. 5 tips voor wie als leider permanent in dialoog het beste uit zijn mensen wil halen.

1. Beantwoord vragen zelden zelf

Wie gezag moet ontlenen aan het overtuigend beantwoorden van vragen van medewerkers heeft het niet helemaal begrepen. De leider als gespreksleider wil dat mensen zelf beter leren denken. Kaats vragen terug, speel vragen door. Samen vind je een beter antwoord dan alleen.

2. ‘Moeten’ mag uit uw vocabulaire

Wie weerstand beantwoordt met ‘we moeten echt klantgerichter werken’ mist de kans tot inspiratie. ‘Moeten’ is foie-gras management, lees: door de strot duwen. Weerstand overrule je niet, weerstand buig je om: wat zou je willen? Als je spreekt over wat je wil, word je een stuk creatiever.

3. Zeg nooit mijn deur staat altijd open

Je bent een betere leider als je deuren van anderen opent in plaats van alleen je eigen deur. Alleen zo kom je erachter wat je mensen denken. Leiders die luisteren voordat ze praten zitten meestal op de juiste golflengte.

4. Beperk jezelf tot open vragen

‘Vinden jullie ook niet dat de samenwerking beter kan?’ Dat klinkt tamelijk wanhopig voor een leider. En iedereen weet meteen wat hij moet antwoorden. Wil je een gemeend ‘ja’ en geen slaafs ‘ja’, stel dan een open vraag: ‘Wat vind je van de huidige samenwerking?’ en vraag goed door.

5. Zoek variatie in de vorm

Wat gebeurt er als je als leider alle gesprekken in de vorm van een vergadering giet? Voorspelbaar gedrag en weinig vernieuwing. Debatteer eens met elkaar over een stelling, dialogeer over echte dilemma’s en rouleer het voorzitterschap. De vorm bepaalt de inhoud.

Hoe dim je dominante types?

U kent ze wel, die dominante types in vergaderingen. Altijd het hoogste woord en schijnbaar kritiekloos aangehoord. Zet ze niet in de spotlights, laat ze dimmen. Vijf tips van Debat.NL voor minder overlast.

1. Begin met een ander

Dominante types pakken de vrijheid die ze krijgen en nemen de rest er zelf bij. Wees dus heel expliciet in wie je het woord geeft in plaats van ‘Wie wil hierop reageren?’. Geef doelgericht eerst anderen het woord. Dat dwingt tot luisteren.

2. Houd ze in je dode hoek

Je hebt geleerd mensen aan te kijken. Maar lastposten aankijken is vragen om moeilijkheden. Kijk pas je in dodehoek spiegel op het moment dat je ze nodig hebt.

3. Geleide projectielen

Wie onaangekondigd en ongericht het woord krijgt creeert een lanceerbasis voor ongeleide projectielen. Leid altijd expliciet in:’Dan hoor ik graag van Jan wat hij op dit punt concreet wil voorstellen.’ Of nog scherper: ‘Wat zou je hier nog aan nieuwe elementen aan willen toevoegen?’

4. Complimenteus afkappen

Is een dominanterik eenmaal op stoom, dan denkt de rest al snel laat maar waaien. Dat wil je voorkomen. Kap diplomatiek af of op het moment dat hij afdwaalt: ‘Interessant, Jan, dank je wel. Ik wil even terug naar de vraag en die ook aan Marjan voorleggen.’

5. Spreek ze na afloop aan

Gedrag verandert nooit bij toverslag. En al helemaal niet door de discussie aan te gaan. Feedback achteraf met een goede vraag werkt wel. Je denkt ‘Wanneer houd je nou eens je grote mond?’. Maar wat je zegt is: ‘Ik merkte dat je veel tijd vroeg in de vergadering. Mag ik eens vragen, wat wilde je bereiken?’ Daar is vast een kortere weg voor. Dominante types? Hun stelligheid is vaak omgekeerd evenredig aan hun zelfvertrouwen

Gaming met framing

Wat hebben linkse hobby’s, villasubsidie en plakbandcoalitie gemeen? Ze zetten een frame neer. Die mooie woorden passen in een frame dat (onbewust) ons denken stuurt. Met framing versterkt u uw overtuigingskracht en vergroot u de grip op het debat.

1. Zoek een eenvoudig beeld dat prikkelt.

Roep uw collega’s niet op voor een werkoverleg, maar een expertmeeting. Spreek niet van noodlanding, maar voorzorgslanding. Goede frames besparen u veel weerstand. Verzekeraars spreken zelf nooit van woekerpolissen, want dat roept extra weerstand op.

2. Hoe zorgt u dat uw frame dominant wordt?

Herhalen = verankeren. Zo laat u zien dat u consistent blijft (‘die spreekt zichzelf nooit tegen’). Kunnen de Grieken nog iets goed doen?

3. Wordt u in een onwelgevallig frame geperst?

‘Aan de top zitten allemaal graaiers!’ Vermijd de reflex van de ontkenning. Met ‘ik ben geen graaier’ bevestigt u ongewild het frame van de opponent. Zorg voor positieve associaties: “Ons bestuur is 100% aanspreek-baar op zijn prestaties.”

4. Bestrijd een frame nooit met argumenten.

Framing bestrijdt u met reframing. Linkse hobby’s? Zeg niet dat met linkse hobby’s niets mis is of dat het geen hobby’s zijn. Kies uw eigen frame: ‘Cultuur is de smaakmaker voor economische groei, dat was zo in de Gouden Eeuw en dat is nog steeds zo.’

LSD voor iedereen

Vergeet de wietpas, iedereen aan de LSD. Van oorsprong een bewustzijnsverruimend middel dat collectieve omwenteling moet bevorderen. Aanvankelijk voor recreatief gebruik, nu ook aanbevolen voor zakelijk gebruik. Geen schadelijke bijwerkingen. Hoe werkt het?

1. LSD staat voor Luisteren, Samenvatten en Doorvragen.

Wat ontbreekt er in dit rijtje? Precies, uw eigen mening. Dat verklaart direct de heilzame werking op uw omgeving. Best fascinerend: geen mening en toch grote invloed!

2. Luisteren

Te vaak alleen gericht op wat iemand letterlijk zegt. Let eens wat vaker op de toon, de houding, de gebaren en de expressie. U ziet en hoort ineens veel meer.

3. Samenvatten

Gebrek aan begrip is de oorzaak van veel gedoe. Begrip ontstaat door in uw eigen woorden te duiden wat de ander zegt. Van zo’n begripvolle houding verandert zelfs de grootste opponent in een redelijke vent. Kost u niks en begrijpen is nog wat anders dan instemmen.

4. Doorvragen

Dankzij uw begrip kunt u zo ongeveer alles vragen wat u wilt. Geen 3 vragen tegelijk, geen suggestieve vragen, geen gesloten vragen. De meest simpele vraag levert al een schat aan informatie op: waarom?

5. Met LSD kunt u kritisch zijn zonder de relatie te beschadigen

Begrip en kritiek – dat is een wonderschone combi die iedereen slikt. LSD-geheelonthouders hebben dus een probleem: gebrek aan invloed.

5 Hittemomenten

Niemand zoekt de hitte van het gesprek. En u wilt een rood hoofd liever vermijden. Hoe zorgt u voor instant verkoeling in 5 penibele situaties?

1. De black-out in een presentatie.

Herhaal rustig uw laatste alinea. Weinigen merken dat en de inspiratie komt zo vaak terug. Als de inhoud stokt is er nog het proces. Houdt even pauze of geef iedereen een opdracht. Optie 3 is ‘Sorry, ik heb een black-out – wat zullen we doen?’ Hulp verzekerd.

2. De onmogelijke vraag

Blijf eerlijk. ‘Dat weet ik niet, maar wat ik wel weet…’. Praat nooit over dingen die u maar half onder de knie hebt.

3. De verdwenen voorbereiding

Alles voor niks? Als u de materie redelijk beheerst, kies dan voor interactie. Vraag uw gehoor oprecht wat het al weet en wat het nog wil opsteken. Beter maatwerk bestaat niet.

4. Het keiharde oordeel: Jij bent de grootste loser die hier rondloopt!’

Zo’n uitbrander vraagt om relativering. ‘Ik begrijp dat je kritisch op me bent. Lijkt me heel gezond. Heb wel moeite met de toon waarop. Dus wordt eens wat concreter als je wilt’. Kritiek als kans en het zweet op de goede rug.

5. De liefdesverklaring

U krijgt onverwacht een reusachtig compliment, een ferme klap op de schouder of een spontane zoen van de baas. Blozend aanvaarden!

EHBO voor voorzitters

80% van de beroepsbevolking wordt dagelijks voorgezeten door de andere 20%. Een goede voorzitter werkt als een gespreksleider. Anders moet hij troonsafstand doen. Vijf tips.

1. EHBO = Eerste Hulp bij Ownership

Als de voorzitter zelf het hoogste woord heeft, worden anderen lui. Tip: Betrek iedereen vanaf de eerste seconde. ‘Wie heeft er vandaag nog een klant gesproken?’

2. Freeriders uit het zadel

Passieve zetelklevers zijn funest voor de productie. Tip: Maak elke aanwezige verantwoordelijk voor een onderdeel in de meeting. Wie niets toevoegt, mag wegblijven.

3. Gerichte interactie

Zeg nooit ‘wie wil hierover nog wat zeggen?’ Dat is stuurloze interactie en de meesten zullen zwijgen. Tip: Adresseer met concrete vragen – wat is jouw voorstel om dit probleem aan te pakken?’

4. Continue kruisbestuiving

Veel kennis gaat verloren als steeds één persoon spreekt en de rest half luistert. Tip: Stimuleer de uitwisseling van ideeën. Geef opdrachten in 2- en 3-tallen. Meer energie = meer productie.

5. We nemen niks mee…

Als de voorzitter zegt ‘Dat nemen we mee’ is dat een recept voor halfslachtige besluiten. Tip: Alles eindigt met ‘wie doet wat wanneer’.