Hoe kom ik gestructureerd over?

Tijdens een debat wilt u natuurlijk niet onsamenhangend overkomen. U wilt dat uw publiek duidelijk weet wat u nu vertelt en hoe zij dat moeten plaatsen binnen het debat. Als u merkt dat u snel van de hak op de tak springt is meer structuur nodig om uw bijdrage overzichtelijker te maken. Geef niet alleen de inhoud, maar zorg voor een goede kop en een goede staart.

Start uw bijdrage door kort weer te geven wat u gaat vertellen. “Ik zal u uitleggen welke twee onderwerpen hier het belangrijkst zijn.”

Daarna geeft u de inhoud en noemt u de twee onderwerpen. U geeft de inhoudelijke argumenten en legt netjes uit waarom de onderwerpen zo belangrijk zijn.

En u eindigt met een korte afsluitende zin: “Daarom zijn deze twee onderwerpen zo ongelofelijk belangrijk.” Niemand in het debat zal vergeten wat uw twee punten waren. Daarnaast weet iedereen waar u mee bezig bent: het uitleggen wat in deze discussie belangrijk is. Zo kunnen ze uw inhoud beter plaatsen en wordt u bijdrage begrijpelijk en overzichtelijk.

Moet ik altijd ieder probleem kunnen oplossen?

Nee. Soms kunt u prima toegeven dat u de oplossing op een groot probleem ook niet weet. Deze oprechte onmacht wekt sympathie op en komt eerlijk over. Maar als u alleen zegt dat u geen oplossing heeft komt u natuurlijk niet sterk over. Benoem daarom ook zeker waar u wél oplossingen voor heeft.

Als Pim Fortuyn tijdens een debat wordt gevraagd wat hij gaat doen aan de files, antwoordt hij: “Niets.” De gespreksleider vraagt door en Pim Fortuyn geeft een duidelijk reactie: “Als u meer asfalt wilt, stem dan Dijkstal. Wilt u meer treinen, stem dan Rosenmöller. Ik ga voor meer veiligheid, onderwijs en integratie en daar heb ik mijn handen vol aan!”

Wie wil ik overtuigen?

Op de vraag hoe je een debat moet winnen antwoorden veel mensen: “door goede argumenten te hebben.” Maar wat is een goed argument? Wie bepaalt wanneer een argument goed is en wanneer slecht? Precies, uw doelwit. Een belangrijke vraag voor ieder debat en iedere vergadering is dan ook: wie wil ik overtuigen? Of het nu om honderdduizenden televisiekijkers, enkele mensen in de zaal of één collega gaat: inzicht in de doelgroep is van levensbelang.

Vervolgens stemt u uw verhaal af op uw doelwit. Kies voorbeelden die herkenbaar zijn voor uw doelwit. Verplaats u in de ander en vraag uzelf af: “wat zou ik vanuit die positie belangrijk vinden?” Hoe meer empathie u heeft voor uw doelwit, hoe eerder u hen overtuigt.

Hoe vermijd ik een definitiedebat?

Sadistische communicatietrainers geven een afdeling van tien personen de opdracht om met een definitie van ‘collegialiteit’ te komen waar iedereen zich in kan vinden. Verwarring, ergernis en chaos zijn gegarandeerd. Een debat over definities schiet vaak het doel volledig voorbij. De oplossing: maak het debat weer concreet door het over de werkelijkheid te gaan hebben.

In debat met collega’s over duurzaamheid ontstaat steeds ruzie over de exacte betekenis van het begrip. Dit kan eindeloos doorgaan. Doe er niet aan mee maar verleg de focus van het debat. “Laten we verder kijken dan de definitie van duurzaamheid. Hoe krijgen we ons wagenpark twintig procent zuiniger?”. Zo kunnen we weer aan de slag met argumenten.

Mijn tegenstander is vaag en onduidelijk

Een van de oudste trucs uit het boekje is If you can’t beat them, confuse them. Uw tegenstander is zo vaag in zijn bewoordingen dat u er niets van begrijpt. En de rest van de aanwezigen waarschijnlijk ook niet. Daarmee overtuigt uw tegenstander niemand, maar kan er ook geen goed debat ontstaan en lijkt hij ongrijpbaar. Wat nu?

Het is verleidelijk om aan te geven dat u er niets van begrijpt. Maar deze opmerking is wel erg gemakkelijk te pareren met een gemene reactie (“Dat verbaast me niets!”). Benoem daarom niet dat u het zelf niet begrijpt, maar dat ‘de ander’ (het publiek, de kiezers, de andere deelnemers aan het debat) hier niets van snappen. Als u dan vervolgens zelf ook uitlegt hoe het wél zit heeft u direct een mooie kans om uw eigen standpunt nog eens voor het voetlicht te brengen.

Zit het zweet op de juiste rug?

Een oud adagium in de rechtspraak luidt: “wie eist, bewijst.” Met andere woorden: wie een standpunt poneert moet hem ook zelf onderbouwen. In debatten maken mensen zich er vaak gemakkelijk vanaf door die een omgekeerde bewijslast van de ander te vragen.

In een debat in 2002 stelt Pim Fortuyn dat ‘Paars volledig is mislukt’. De reactie van Ad Melkert: “Dat is niet waar.” Fortuyn verschuift kunstig de bewijslast: “Bewijst u dat maar eens!”, waarna Melkert hard aan het werk gaat en met allerlei argumenten komt.

Tijdens een debat wilt u erop toezien dat degene die een argument aandraagt ook degene is die daar de onderbouwing voor geeft. Gebeurt dat niet? Spreek hen er gerust op aan. “U zegt dat… Kunt u ook uitleggen waarom dat waar is?”

Ik heb geen antwoord op de vraag!

Tijdens een debat stelt uw tegenstander u een vraag waar u het antwoord niet op weet. Job Cohen had moeite met het beantwoorden van vragen over de Nederlandse economie en Jan Peter Balkenende kon na een verzoek van Wouter Bos geen drie voorbeelden noemen van wat hij heeft gevraagd van mensen met de hoogste inkomens.

Verzand niet in een poging om toch een antwoord te geven op de vraag, maar bied iets anders om uw tegenstanders en het publiek tevreden te krijgen. Een mogelijke reactie van Balkenende: “Ik ga u geen voorbeelden geven. Ik ga u vertellen wat een verstandige inkomenspolitiek is en hoe we die hebben ingezet.”

Scoren in de laatste minuut

Een spannende voetbalwedstrijd kan in de laatste minuut beslist worden door een onverwachte actie. Ook in debatten kunt u met een laatste troef het debat naar uw hand zetten.

Vat het debat samen
In het debat heeft het publiek veel argumenten gehoord. Maar wat is nu de conclusie? Vaak mag het publiek dat zelf bedenken. U kunt in dit gat springen door zelf de samenvatting te geven. U reikt het publiek dan de bril waardoor zij het debat moeten aanschouwen. En toevallig leidt dat perspectief er toe dat uw standpunt het best is. Vragen die u in uw samenvatting kunt beantwoorden:

  • Waarover gaat dit debat uiteindelijk?
  • Waarom staat mijn visie nog fier overeind?
  • Welke vragen hebben mijn tegenspelers niet beantwoord?
  • Welke zwakke plek heb ik bij mijn tegenspelers aantoonbaar blootgelegd?

Eindig met een call to action
Leuk, zo’n debat waar de deelnemers vooral druk met elkaar bezig zijn geweest. Het publiek voelt zich genegeerd. Verras publiek en tegenstanders door u in het einde van het debat tot het publiek te richten en hen op te roepen iets te doen. Teken een petitie. Denk goed na over het onderwerp. Ga in gesprek met iemand anders. Deze plotselinge aandacht voor het publiek is altijd een krachtig slotakkoord.

The devil is in the details

Als u goede inhoudelijke argumenten heeft bent u alvast goed voorbereid op het debat, maar dat wil niet zeggen dat het niet alsnog mis kan gaan. Nog los van wat uw tegenstander gaat zeggen zijn er ook andere zaken die u onderuit kunnen halen. Drie gevaren waar u voor het debat over na moet denken.

De opstelling is niet goed
Zorg dat u vooraf op de hoogte bent van de zaal en de opstelling in de ruimte. Zo bent u voorbereid op wat er gaat gebeuren en kunt u indien nodig wijzigingen voorstellen. Moet u als politicus in gesprek met bezorgde burgers? Dan is het geen goed idee om achter een tafel op een podium plaats te nemen.

Het doel is niet duidelijk
Of u nu aanschuift bij een debat op TV of bij een discussie met collega’s, een groot gevaar is om niet vooraf na te denken over uw doel. Wat wilt u bereiken? Valt er met dit gesprek überhaupt iets te winnen? Als u zonder duidelijk doel aan het debat deelneemt bent u nooit zo effectief als u had kunnen zijn.

Het debatformat past niet bij u
De debatleider of voorzitter is van plan om een stelling te noemen en achterover te leunen? Grote kans dat het een chaotisch debat wordt. Als u van uzelf weet dat u dan niet goed uit de verf komt kunt u vooraf een ander format voorstellen. Maak er een gewoonte van vooraf te spreken met de debatleider.

Sturende vragen stellen

Wie grip heeft op het debat heeft een grote kans om te winnen. Als u duurzaamheid het belangrijkste thema vindt binnen de discussie wilt u dat er zo veel mogelijk over duurzaamheid wordt gesproken. Hoe centraler dit punt staat in het debat, hoe eerder duurzaamheid een punt is dat wordt meegenomen in de uiteindelijke afweging.

Nu kunt u natuurlijk aan uw tegenstanders vertellen waar ze het over zouden moeten hebben. Maar in plaats van dit te dicteren, kunt u hen beter de juiste vragen stellen. Een vraag lokt immers een antwoord uit, en daarmee brengt u richting aan in het debat. Enkele voorbeelden:

  • Hoe kijkt u aan tegen de kosten? (uw tegenstander moet over kosten gaan praten)
  • Wat zou onze klant hiervan denken? (uw tegenstander moet zich in de klant verplaatsen)
  • Wat maakt dit idee beter dan andere ideeën? (uw tegenstander moet nu inhoudelijke argumenten aandragen)

Hoe ga ik om met dominante gesprekspartners?

Debatteren met een dominante tegenstander voelt hetzelfde als tegen de stroming in zwemmen. U werkt hard, doet enorm uw best, maar komt weinig verder. Alle argumenten die u aandraagt worden gemakkelijk aan de kant geschoven en kritiek lijkt uw tegenstander niet te deren. Waarom weet hij altijd zo’n goedlopende zin te produceren als reactie op uw argument?

9 van de 10 keer heeft u te maken met een sturende gesprekspartner. Deze tegenstander besteedt zo min mogelijk tijd aan het debatteren over uw thema’s maar wil het vooral graag hebben over zijn eigen thema’s. Dat zijn de thema’s waar hij met de stroming mee kan zwemmen. Ieder argument klopt, ieder voorbeeld is raak en uw tegenstander voelt zich dus als een vis in het water.

Hoe kunt u dit herkennen? Let met name op de brugzinnetjes. Enkele voorbeelden:

  • Dat klinkt als een interessant voorstel, maar wat we vooral niet moeten vergeten is dat…
  • Dat is een argument waar we zeker over na moeten denken, maar wat in deze discussie centraal staat is…
  • Ik begrijp uw punt, maar wat de mensen zich vooral afvragen is…
  • Heel terecht opgemerkt, maar waar het hier om gaat is…

Besef dat het niet aan uw tegenstander is om te bepalen waar het debat over gaat, wat in deze discussie centraal staat of wat de mensen zich vooral afvragen. Dat bepaalt u net zo goed als hij. Grijp daarom in door dezelfde techniek te gebruiken: stuur het debat terug naar waar het om gaat.

Hoe ga ik om met tegenargumenten?

Een tegenstander komt met een reden om niet met uw voorstel akkoord te gaan. Hij komt bijvoorbeeld met een nadelig gevolg. Drie mogelijkheden om grip te houden op het debat.

Techniek 1: De ontkrachting
De meest gebruikte en vaak de minst effectieve techniek. U kunt het argument proberen te weerleggen door aan te tonen dat het niet waar is. Door te benoemen dat het nadelige gevolg helemaal niet gaat plaatsvinden, door voorbeelden te geven of logische denkstappen te maken. Het nadeel is dat dit veel tijd en moeite kost, u toch over een punt van de tegenstander praat en er een grote kans is dat het een welles-nietes gesprek gaat worden.

Techniek 2: Negeren
Als u er niet te veel op in wilt gaan kunt u het punt natuurlijk gewoon negeren en uw verhaal vervolgen toch? Het kan, maar is zeer gevaarlijk. De ander heeft het waarschijnlijk door en zal u er op aanvallen. Het negeren van argumenten wordt vaak uitgelegd als een zwaktebod: “u reageert niet omdat u er geen antwoord op hebt.” Pas de techniek van het negeren alleen toe bij kleine, futiele argumenten. Zeker niet bij het sterkste argument van uw tegenstander.

Techniek 3: Sturen
Het geheime wapen van de ervaren debater die gewend is om tegengas te krijgen. Geef een korte reactie van een paar woorden en leg vervolgens uit dat er iets is dat nog veel belangrijker is. “Dat is een interessant punt, maar waar dit debat vooral om draai is…” Elegant, effectief en niet helemaal netjes. Een iets langere reactie is uiteraard toegestaan, maar onthoud dat u wel terug wilt naar uw eigen boodschap.

Waar moet ik tijdens een debat naar luisteren?

In een debat gebeuren vaak veel dingen tegelijk. Iemand is aan het woord, er komen reacties, de discussie verplaatst zich van het ene naar het andere onderwerp. En tussen al het luisteren door moet u ook nog nadenken over de opmerkingen van anderen en bedenken wat u zelf eigenlijk wilt zeggen. Voor u het weet heeft u last van information overload en weet u niet meer waar u op moet reageren. Drie manieren van luisteren die u kunt toepassen:

  • Luisteren op basis van overeenstemming: Waar zijn wij het over eens?
  • Luisteren op basis van discrepantie: Waar zijn wij het over oneens?
  • Luisteren op basis van relevantie: Waar zouden we over moeten spreken?

Als u vooral let op zaken waar u overeenstemming over heeft, is er een grote kans dat u het sneller eens zult worden met de ander. Het gevaar is dat u uw eigen standpunt uit het oog kunt verliezen.

Als u vooral let op zaken waar u het oneens bent met de ander, krijgt u vast een fel debat maar komt u niet nader tot elkaar. Dit kan een goed debat zelfs in de weg staan.

Maar als u luistert op basis van relevantie kunt u uzelf steeds de vraag stellen: waar zou dit debat over moeten gaan? Als u voor uzelf een duidelijk antwoord hebt op die vraag en dat kunt bespreken met de anderen wordt het veel gemakkelijker om overtuigend op te treden in debatten.

Kijk niet alleen naar uw grootste tegenstander

Let tijdens een vergadering met meerdere mensen eens op uw eigen oogcontact. Naar wie kijkt u het meest? Grote kans dat u het meeste oogcontact geeft aan de persoon waar u het het minst mee eens bent. En dat nodigt de ander weer uit om u tegen te spreken, blijkt uit onderzoek van British Columbia Univerisity:

http://www.forbes.com/sites/susanadams/2013/10/02/the-power-of-eye-contact-its-a-myth/

U hoeft de blik van uw tegenstander in een debat natuurlijk niet te vermijden. Kijk hem of haar in een reactie kort aan, maar verplaats uw blik direct weer naar de anderen. Zij voelen zich meer aangesproken, en zij zijn precies degenen die u eerder overtuigt dan uw tegenstander.

Hoe ga ik om met persoonlijke aanvallen?

Een goed debat gaat over de inhoud. Maar als uw tegenstander het op de inhoud niet kan winnen, is de kans groot dat hij de discussie persoonlijk zal maken. Ga nooit mee in deze discussie door ook met modder te gaan gooien, want dan dwaalt het debat alleen maar verder af van de inhoud. Maar wat dan wel doen? Twee veel voorkomende persoonlijke aanvallen en de juiste reacties.

“U heeft hier zelf belang bij!”

Uw tegenstander valt u aan op uw beweegredenen. Het is verleidelijk om dit te ontkennen, of uit te leggen dat het wel meevalt. Maar voor u het weet zit u in een welles-nietes-spelletje over uw intenties: heeft u vooral het beste voor met uzelf of met de organisatie? Ga snel weg van dit onderwerp en terug naar de inhoud: “Dat klopt, maar uiteindelijk hebben we hier allemaal belang bij. Kijk bijvoorbeeld eens naar dit grote voordeel…”

“Wat is uw expertise op dit gebied?”

Dit kan een gemene strikvraag zijn. Voor u het weet gaat het niet meer over uw voorstel maar is het een functioneringsgesprek geworden. Tijd om terug te keren naar de inhoud. “Even los van wat u van mij vindt, wat vindt u van de inhoud van het voorstel?”