Tweede termijn of theekransje?

Is uw slotzin in tweede termijn ‘we hebben nog geen antwoord van de wethouder’ of ‘de financiën blijven een moeilijk punt,’ dan gaat u niet juichend over de finish. Vijf tips van Debat.NL voor de tweede termijn als waardige finale.

1. Tweede termijn = bundelen
Hebt u in eerste termijn uw boodschappenlijstje afgegeven, dan begint de voorzitter de tweede termijn met het noemen van de belangrijkste discussiepunten. Op die punten val nog iets te winnen: invloed. Zo voorkomt u een theekransje over van alles en nog wat.

2. Verleid elkaar
Discussiepunten zijn niet bedoeld als herhaling van zetten. Gebruik ze om anderen te verleiden het met u eens te zijn. ‘Ik hoor graag van het CDA of zij zich kunnen vinden in ons standpunt…’ Noem ze maar bij naam, dan reageren ze sneller.

3. Gericht interrumperen 
Wilt u een andere fractie interrumperen, dan hebt u twee keuzes: u zoekt de tegenstelling (‘wij kiezen een andere weg’) of u legt een link met u zelf (‘Ik hoor u zeggen a, bent u dan ook bereid met ons b te doen?’)

4. Trek uw conclusies
Een goede tweede termijn stelt u in de gelegenheid om te concluderen of uw motie of amendement een kans maakt in de raadsvergadering: hoeveel ruimte hebt u bij andere fracties gezocht en gevonden?

5. Uw moties kansloos? Geen nood!
Stel, uw motie of amendement heeft geen medestanders. Laat u het in de raad er dan bij zitten? Met uw motie of amendement kunt u daar een belangrijk signaal afgeven.

De verfoeide eerste termijn

Als de wethouder veel vragen krijgt en elke fractie zijn eigen verhaal houdt, dan weet u: het debat crasht al in de eerste ronde. Vijf tips van Debat.NL voor een eerste termijn met effect.

1. Eerste termijn = boodschappenlijstje
Vaak is de eerste termijn is een lofrede, een kruistocht en soms helaas niet meer dan wat kanttekeningen. Maar daar is hij niet voor bedoeld. In de eerste termijn geeft u aan waarover u in de tweede termijn wil spreken: daar moet het debat overgaan! Kies uw strijdpunten met zorg.

2. Kom met voorlopige standpunten
Als u in de eerste termijn met een definitief standpunt komt, wi niemand meer met u praten. U bent  namelijk al overtuigd van uzelf en blijkbaar niet voor een andere rede vatbaar. Beter is dat u voorwaarden stelt, dan bent u in de markt voor moties of amendementen met een meerderheid.

3. Richt u primair op andere fracties
Als fractie hebt u het liefst dat andere fracties reageren op wat u zegt. Dan staat namelijk uw bijdrage centraal. Hoe bereikt u dat? Door andere fracties te verleiden op u te reageren. Verbindt u betoog aan zaken die zij ook belangrijk vinden. Noem fracties bij de naam, dan voelen ze zich sneller aangesproken.

4. Richt u alleen op wethouders, als…
Een wethouder kan iets wat niemand anders kan: een bestuurlijke afweging maken of bestuurlijke verantwoording afleggen. Richt u alleen op de wethouder als u daar naar op zoek bent.

5. Wilt u vroeg of laat in de eerste termijn?
Het maakt een verschil of uw fractie aan het begin of aan het einde van de eerste termijn spreekt. Als u vroeg bent, kunt u de toon zetten. Bent u later aan bod, dan kunt vooral duiden waarover het debat moet gaan, omdat u weet hoe andere fracties erin zitten. En daarmee verleidt u anderen daarover te debatteren in tweede termijn.

Maak moties met impact

Met moties krijgt u zaken in beweging. En speelt u zichzelf postief in de kijker. Dat is althans de bedoeling. Mijd de 5 valkuilen bij het indienen van een motie en vergroot uw invloed op het debat.

1. Motie namens meer dan een
Een motie namens 1 partij is een motie voor de buhne. Misschien denkt u te scoren voor uw achterban, maar die hebben liever echte politieke invloed dan alleen rumoer. Zorg voor medestanders voordat u de motie indient.2. Motie nooit last-minute
Een briljant ingeving op het laatste moment? Ter plekke gefabriceerde moties stranden vaak. Waarom? Ze wekken argwaan: klopt de onderbouwing, overzien we alle consequenties? Politek is al riskant genoeg. Leg moties altijd even in de week.

3. Concreter = beter
Met moties die oproepen tot meer aandacht  hebt u soms snel een meerderheid. Maar wat haalt u er eigenlijk mee binnen? Door duidelijjke eisen te stellen in termen van tijd, geld of andere middelen krijgt u aanwijsbare invloed. Dat doet het goed in verkiezingstijd.

4.   Minder emotie, meer motie
‘Constaterende dat dit college er een potje van maakt… ‘ Dat is geen motie, maar emotie. Als u veroordeelt in uw motie, vrees dan het oordeel over uw motie. Geef andere fracties de kans om zelf ook argumenten voor de motie te bedenken.

5. Media voor uw motie
Moties maken meer indruk als er publiciteit bij komt. Die kans wordt groter als u uw motie tevoren doorspeelt aan de journalist of via sociale media. Geef niet de complete tekst, maar een hint naar wat komen gaat.

Bang voor burgers?

Sinds enkele rampzalige AZC-avonden zijn veel gemeenten voorzichtig met bewoners-bijeenkomsten. Ze willen felle confrontaties mijden. 5 tips van Debat.NL om frustratie te voorkomen.

1. ‘Waar is de microfoon?’
Kraampjes, tafels, posters – maar geen centrale discussie. Geen wonder dat bewoners roepen ‘dit is verdeel en heers’. Wat werkt beter? Splits een bijeenkomst in een plenair deel en een deel waarin men zijn vragen aan experts kwijt kan.

2. ‘Waar is de wethouder!?’
Ambtenaren zijn vaak ruim aanwezig, naar bestuurders moet je zoeken. Juist die willen de inwoners spreken. Wat werkt beter? Ambtenaren zijn voor de techniek (wat), raadsleden voor de politiek (waarom). En oefen de raadsleden in het effectief omgaan met klachten van bewoners.

3. ‘Anderhalf uur – dat is alles wat we krijgen’
De gemeente zelf vergadert maanden en de bewoners moeten in 1,5 uur hun punt maken. Dat is niet erg evenwichtig. Wat werkt beter? Leg bewoners steeds weer uit hoe politiek werkt: er zijn veel manieren om invloed uit te oefenen. Elke burger is tenslotte politicus.

4. ‘Ik hoor alleen maar tegengeluiden’
Negatieve stemmingmakers zorgen dat genuanceerde bewoners liever hun mond houden. Wat werkt beter? Geduld en een gespreksleider die een veilige sfeer bevordert. Zo kom je van debat naar dialoog: achter kritiek schuilen behoeften.

5. ‘De gemeente heeft allang besloten!’
Bewoners krijgen de indruk op het allerlaatste moment te worden geinformeerd. Ze kunnen alleen nog bezwaar maken en dat doen ze dan ook. Wat werkt beter? Betrek inwoners in een vroeg stadium. Dat vergroot de kans op betere ideeën.

Sfeermakers in de raad

Politiek moet boeien. Het hart van de lokale democratie moet kloppen. Wat u nodig hebt zijn sfeermakers in de raad. Vijf tips van Debat.NL voor een boeiende raad.

1. De voorzitter 

Voorzitters in de raad- of commissie zijn natuurlijk geen saaie beurtgevers. Wat werkt beter? Maak van de opening van elke vergadering wat moois. Speel in op de actualiteit, deel complimenten uit, permitteer uzelf een grapje. Voorzitters toveren de glimlach op ieders gezicht.

2. Het raadslid

Funest voor het beeld van de politiek zijn raadsleden die saaie teksten voorlezen. Wat werkt beter? Begin uw verhaal met een anecdote. Geef voorbeelden. Voer inwoners op als hoofdpersonen in uw verhaal. Raadsleden zijn er om je als inwoner in te herkennen.

3. De wethouder
De wethouder die braaf vragen van de raad beantwoordt, spreekt niet tot verbeelding. Wat werkt beter? Als uitvoerder kunt u verleiden met praktjk-verhalen. Kaats de bal eens wat vaker terug naar de raad. Wethouders stimuleren een raad met visie.

4. De publieke tribune
Publieke tribunes in de raad zijn de stilste tribunes van Nederland. Wat werkt beter? Introduceer vooraf ’10 minuten voor het publiek’ met korte bijdragen van bezoekers. Geef de publieke tribune een gastvrouw/heer. De publieke tribune hoort er bij.

5. De opstel

ling

De meeste raden hebben een zwembad- of dansvloer opstelling. Rond een gapend gat zit een naar binnengekeerde kring. Wat werkt beter? Hoe compacter de opstelling, hoe beter de communicatie. Spreken is staan. Kweek geen vergadertijgers.

Van de raad naar de straat

De verkiezingskoorts steekt op. Raadsleden zijn vaker op straat dan in de raad. Maar wat staat u daar te wachten? 5 straatcitaten en dialoogtips van Debat.NL om te voorkomen dat u gedesillusioneerd thuiskomt.

Niets hebben jullie voor elkaar gekregen, niets! 

Gaat u direct in de verdediging? Dan krijgt u nog meer discussie. In gesprek met burgers wijkt het debat voor de dialoog. Ontken niet wat u hoort, vraag liever door: ‘Wat vindt u dat er beter moet?’

Ik zie geen verschil, alle partijen lijken op elkaar!
Als raadslid staat u met twee benen in de praktijk. Ga niet als een politicoloog praten over partijverschillen. In de dialoog wint concreet het van abstract. Vraag door: ‘Daar zegt u wat. Maar mag ik u vragen: over welk probleem maakt u zich druk in onze gemeente?’

Jullie pakken de verkeerde mensen aan! 
Dan zijn ouderen de dupe, dan weer jongeren. Met mokkende burgers is het lastig praten. Dilemma’s zijn het hart van de dialoog. Deel uw politieke dilemma’s zodat mensen snappen dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn: ‘In hoeverre mag je jongeren de rekening voor ouderen laten betalen?’

Niet jij, maar Den Haag bepaalt wat er hier gebeurt!
Als u dit beaamt, doet u de lokale politiek geen deugd. In dialoog vindt u de behoefte achter de kritiek. Als iemand vindt dat u meer invloed moet uitoefenen, dan is de vraag: ‘Waar vindt u dat we als gemeente ons sterker voor moeten maken?’

Jullie doen gewoon waar je zelf zin in hebt!
Als u reageert met ‘Het is uw democratische plicht’ hangt u de dominee uit. Open deuren wijken in de dialoog voor persoonlijke aandacht. Vat samen en vraag door: ‘Ik merk dat u vindt dat de politiek beter moet luisteren. Noemt u eens een onderwerp waar dat het geval is.’

Fractiedilemma’s zonder tunnelvisie

Fractiedilemma’s zijn er om strategisch te blijven nadenken. Doet u dat niet, dan hebt u geen dilemma, maar een tunnelvisie. 5 adviezen van Debat.NL om een brede blik te houden.

1. Richt u ook tot de kiezers van andere partijen.
Onverstandig! Want het is al moeilijk genoeg om uw eigen achterban tevreden te houden. Slim! Want hoe meer mensen u aanspreekt, hoe groter de kans op meer zetels.

2. Lobbyen vooraf vergroot uw kansen in het debat
Onverstandig! U mist een kans om andere partijen te verrassen en politiek te scoren. Slim! Want hoe beter u weet wat andere partijen beweegt, hoe beter u ze kunt meekrijgen.

3. De wethouder moet het gezicht van de partij zijn. 
Onverstandig! U creeert de schijn van een one-issue partij, want de wethouder-portefeuille bepaalt wat mensen van uw partij denken. Slim! Er is geen politicus die meer voor elkaar krijgt dan de wethouder van de eigen partij.

4. Neem pas een standpunt in nadat u bewoners hebt gesproken. 
Onverstandig! U weet precies waar uw partij voor staat en bewoners spannen u alleen maar voor hun eigen karretje. Slim! Want u zit in de raad dankzij de bewoners, vergroot uw krediet bij hen en put inspiratie uit hun woorden.

5. Laat de griffie helpen bij het opstellen van moties. 
Onverstandig! Er bestaan geen goede of slechte moties. Het gaat om het politiek effect en daar kan een griffie moeilijk bij helpen. Slim! Want de griffie kan als neutrale derde uw motie duidelijker helpen formuleren en daarmee de impact vergroten.

Scoren vanuit de oppositie

De verhoudingen in de politieke arena zijn duidelijk. U zit in de oppositie en de vraag is: hoe gaat u hier politieke munt uit slaan? 5 tips van Debat.NL om frustraties te besparen.

1. De coalitie bestaat niet 

Binnen elke coalitie zijn er winnaars en verliezers. Daarmee is de coalitie zelden een gesloten front, hoezeer ze dat ook wil uitstralen. Neem het dus niet op tegen de coalitie, maar zoek contact met de coalitiepartijen die wat bij u te winnen hebben.

2. De oppositie is voor! 
Het woord ‘oppositie’ suggereert dat u overal tegen bent. Dan wordt u al snel een grammofoonplaat.  Kies daarom thema’s die de coalitie laat liggen en waar uzelf een goed idee hebt. Uw insteek: het kan zoveel beter dan de coalitie voorstelt.3. Tactisch kiezen
Een oppositie die bij elk onderwerp rumoer maakt is ongeloofwaardig. Profileren werkt goed als de coalitie niet naar u luistert. Luistert de coalitie wel, dan kunt u dat gebruiken om het beleid inhoudelijk aan te passen. Met u valt te praten als dat uitkomt.

4. Organiseer je eigen tegenspraak
Als leden van een oppositiefractie bent u het vaak snel eens. Te snel soms. Zorg dat elk fractie-overleg een ander lid de rol van advocaat-van-de-duivel speelt. Zo blijft u kritisch op uzelf.

5.  Voed de achterban
Uw kiezers vinden het jammer dat u in de oppositie zit. Laat ze niet in de steek. Kies elke maand een moment en een thema, waarin u van strijdlust en politiek instinct getuigt.

Laat je sturen door de voorzitter

Een voorzitter is er niet alleen voor de orde en de tijd. Accepteer dat de voorzitter ook op kwaliteit stuurt met 5 Tips van Debat.NL.

1. Weg met de beurtgever
Wat hebt u aan een voorzitter die alleen beurtgever (‘ik geef het woord aan…’) is? Dat geeft wel vrijheid, maar weinig richting. Accepteer dat de voorzitter iedereen bij de les houdt: ‘Wat is uw reactie op het voorstel, mevrouw Jansen?’

2. Vragen verdienen antwoorden
In de raad houd je elkaar scherp. Accepteer dat de voorzitter af en toe checkt of de belangrijkste vragen zijn beantwoord. Zo wordt niemand met een kluitje in het riet gestuurd.

3. Geen schoten naast het doel
Elke fractie probeert te scoren maar elk agendapunt heeft slechts één doel. Accepteer dat de voorzitter schoten naast het doel afkeurt en zo voorkomt dat de discussie niets oplevert.

4. Samenvatten vergroot het begrip
Wat gezegd wordt gaat al snel het ene oor in en het andere uit. Accepteer dat de voorzitter door uw kernbijdrage samen te vatten de kwaliteit van de discussie verbetert. Zo stijgt het onderling begrip.

5. Vernieuw uw vergadermanieren
Vergadergewoontes raken snel sleets. Accepteer dat de voorzitter op gezette tijden peilt of het goed is om wat soepeler of strenger te worden op vergaderdiscipline.

De publieke tribune zit vol

Niet omdat er gedonder dreigt, maar omdat een raadsbezoek echt de moeite waard is. 5 Tips van Debat.NL voor een goedgevulde publieke tribune.

1. De gastheer/vrouw staat al klaar
Raadsleden die gehaast hun zetel innemen? Dat is alsof je kijkt naar een voorstelling achter glas met een bordje s.v.p. niet spreken met de bestuurderDat kan beter: Elke vergadering heten twee raadsleden bezoekers welkom en maken een praatje. In pauzes en na afloop praten ze de gasten bij.

2. Maak een bijsluiter
Vaak ligt er  een stapeltje agenda’s. Handig voor insiders, maar het zegt weinig over wat je kunt verwachten. Dat kan beter: Maak een bijsluiter ‘Zo werkt uw raad’, ook voor wie op internet de vergadering ‘bijwoont’. Zo bestrijdt u karikaturen van zakkenvullers, herrieschoppers en vergadertijgers.

3. De voorzitter houdt rekening met publiek 
Kan een inwoner, die de stukken niet gelezen heeft, begrijpen waar de raadsdiscussie over gaat? Lang niet altijd. Dat kan beter: De voorzitter legt  bij elk agendapunt uit wat het belang is, waarover de discussie gaat en hoe de besluitvorming verloopt. Zonder bestuurlijk jargon natuurlijk.

4. Raadsleden mijden onderonsjes
Debatteren en besluiten nemen is nogal eens een ondoorzichtige aangelegenheid. Met als effect dat inwoners een onjuist beeld krijgen. Dat kan beter: Juist de raadsvergadering is het podium voor verantwoording aan de inwoners. Spreek altijd vanuit hun belang.5. Vraag feedback
Inwoners zijn geen randfiguren, ze zijn de doelgroep van de politiek. Maar wat weten we eigenlijk van de bezoekers of de volgers op internet? Dat kan beter: Een praatje na afloop, een feedbackformulier, een chatfunctie op internet helpen de raad nog beter aan te sluiten.

5 misverstanden over raadsdebat

Hebt u ook wel eens gevoel dat het raadsdebat niet is wat het moet zijn? 5 Tips van Debat.NL voor een effectiever debat in de raad.

1.  Debatteren gaat over goed en fout
De neiging om tegenstellingen te vergroten levert eerder slechte relaties op dan betere besluiten. Dat kan beter: Het gaat er in het debat om dat u anderen overtuigt dat uw plannen het meest in het gemeentebelang zijn. Het debat is een test van ideeën. Geen idee = geen debat.

2. Het gaat toch om uw eigen verhaal?
Als u zich in de raad beperkt tot het uitleggen van uw eigen verhaal, hebt u wel een stemverklaring maar geen debat. Dat kan beter: Debatteren is van de ander horen in hoeverre die het met u eens is. Daarom zijn moties en amendementen de kern van het raadsdebat.

3. Raadsdebat = herhaling commissiedebat
Als u in het raadsdebat de standpunten herhaalt uit de commissie verspilt u kostbare vergadertijd. Dat kan beter: De commissie moet de moties en amendementen opleveren, waar u in de raad met elkaar over debatteert.

4. Alle ballen op de wethouder 
De wethouder bevragen of bekritiseren levert vaak een lange uitleg op waarom het voorstel zo goed is. Zo overtuigt u anderen niet.  Dat kan beter: Overtuig de andere fracties van uw zorgen en ideeën.

5. Interrumperen = pootje lichten
Door met interrupties de ander uit balans te brengen wordt u zelf niet per se overtuigender. Dat kan beter: Gebruik interrupties om centraal te stellen wat u zelf belangrijk vindt (‘Wat vindt u van ons voorstel om…’).

Succesvolle moties en amendementen

Waarom sneuvelen sommige moties en amendementen en halen anderen het wel? Leer ze effectief gebruiken met 5 Tips van Debat.NL

1. Gebruik het juiste instrument
Moties zijn vrijblijvender dan amendementen. Dat vergroot juist de kans dat een motie het haalt.
Wat kun je doen? Bedenk eerst wat je wilt bereiken en kies dan pas het instrument.

2. Richt je tot collega’s
Veel raadsleden proberen het college te overtuigen van het nut van een amendement. Het college verdedigen vaak liever zijn eigen voorstel. Wat kun je doen? Richt je tot andere fracties. Als genoeg fracties enthousiast zijn komt de wethouder ook in beweging.

3. Last minute overtuig je niet
Veel raadsleden houden hun kruit droog tot de raadsvergadering. Ze overvallen fracties op het laatste moment met een briljant idee. Wat kun je doen? Mensen overtuig je niet door ze last minute te verrassen. Verleid ze al in de voorgaande vergadering.

4.Gebruik de wandelgangen
Collega-raadsleden veranderen niet publiekelijk zomaar van mening. Wat kun je doen? Spreek collega-fracties aan in de wandelgangen. Door samen een motie in te dienen krijg je gemakkelijker steun.

5. Vraag advies aan de griffie
Moties en amendementen zijn instrumenten die juridisch en bestuurlijk moeten kloppen. Een kostbaar foutje is snel gemaakt. Wat kun je doen? Leg moties en amendementen voor aan de griffie voor advies.

De agenda is van de raad

De raadsagenda is een krachtig middel, maar dan moet je ‘m wel goed gebruiken. Vijf tips van Debat.NL om als raad meer in control te blijven over de eigen agenda.

1. Van wie is de agenda? 
In de praktijk vraagt het presidium vaak aan de griffie om de agenda van de volgende vergadering en daar mogen de voorzitters het mee doen. Dat kan beter. Betrek voorzitters nadrukkelijk bij de agendavorming, zodat zij de vergaderingen beter kunnen leiden.

2. Het presidium bepaalt de lange termijn agenda
Als een onderwerp op de agenda uit de lucht komt vallen, heeft de raad te weinig voorbereidingstijd en kan ze haar werk niet goed doen. Dat kan beter. Laat het presidium politiek de grote lijnen bepalen met een strategische lange termijn agenda.

3. De voorzitters bepalen de korte termijn agenda
Iets op de agenda zetten is nog geen garantie voor een juiste behandeling. Raadsleden kunnen niet sturen zonder doel. Dat kan beter. Laat de voorzitters bepalen of een stuk beeld- of oordeelsvormend behandeld wordt en daarbij de vergaderwijze voorstellen.

4. Een leek moet de agenda begrijpen
Leest de agenda als een waslijst van technische termen? Dat wekt de indruk dat de openbare vergadering vooral een interne aangelegenheid is. Dat kan beter. Zorg voor een publieksvriendelijke agenda zodat elke inwoner snapt waar het over gaat.

5. De voorzitter verheldert de agenda
‘Dan zijn we nu bij agendapunt 3. Omgevings-wet, wie mag ik hierover woord geven?’ Met zo’n opening krijgt de raad geen richting. Dat kan beter. Bij elk agendapunt noemt de voorzitter expliciet de aanleiding, doelstelling en behandelwijze van het onderwerp.

Geen debat zonder doel

Debatteren is geen doel op zichzelf. Het debat in de raad is een instrument om iets anders te bereiken. Enkele mogelijke doelen van raadsdebatten:

  • Verantwoording afleggen over het beleid aan de inwoners
  • Gezamenlijk een voorstel kritisch bekijken en waar nodig polijsten
  • Een slecht voorstel van tafel krijgen of minder slecht maken
  • Profileren richting pers en publiek

De eerste twee doelen gelden voor de raad als geheel. De laatste twee doelen zijn veel meer voor individuele raadsleden en fracties. Nog voor u uw betoog voor de eerste termijn uitschrijft, vraag uzelf af: “wat wil ik in dit debat bereiken?” Als u graag een meerderheid wilt voor een amendement dat u mogelijk indient helpt het niet als u het college wegzet als incapabele bestuurders. En als u uzelf wilt profileren voor pers en publiek is een verhaal dat erg gericht is op andere politici, met veel vaktermen en jargon, niet effectief.

Wat u vertelt is afhankelijk van wat u wilt bereiken. Bepaal daarom eerst wat u wilt bereiken en daarna pas wat u wilt vertellen.

Omgaan met kritiek op de politiek

Inwoners die kritisch zijn over beleid en voorstellen zijn natuurlijk fijn. Deze mensen denken mee en gaan vaak met u in gesprek. Zij zijn een bron van potentieel goede ideeën en moeten gekoesterd worden.

Maar sommige inwoners zijn niet kritisch op de inhoud, maar kritisch op “de politiek”. Want raadsleden zijn allemaal zakkenvullers die er voor hun eigen gewin zitten en niet luisteren naar inwoners. Hoe ga je met deze kritiek om?

Wie wordt aangevallen wil zichzelf graag verdedigen. Maar “wij zijn helemaal geen zakkenvullers, we krijgen slechts een vergoeding van een paar honderd euro” komt niet sterk over. Een discussie over uw vermeende zakkenvullerschap maakt het vaak alleen maar erger en bevestigt bestaande gevoelens.

Er zit blijkbaar (al dan niet terechte) frustratie bij uw gesprekspartner. Toon oprechte interesse en vraag door, dan is zelfs de grootste zuurpruim om te buigen tot een constructieve gesprekspartner. “Wij krijgen inderdaad betaald voor ons werk als raadslid, en u vindt dat we daar blijkbaar onvoldoende tegenover zetten. Wat zouden wij volgens u nog beter kunnen doen als gemeenteraad?”