Drie tactieken om een ander in het debat aan te vallen

U hebt in het debat drie keuzes voor een inhoudelijke aanval: u valt de ander aan op zijn conclusie, op zijn argumenten en op zaken die hij niet gezegd heeft. Let eens op de volgende uitspraak:

“SUV’s nemen onevenredig veel parkeerruimte in en zijn slecht voor het milieu. Daarom moeten ze verboden worden in de grote steden.”

Aanval op conclusie

Hiermee kiest u voor de frontale aanval in het debat: “Als u SUV’s verbiedt jaagt u koopkrachtige consumenten weg.” Het effect is een debat met eigenlijk twee voorstanders. Een voor SUV’s en een voor een verbod. Dat wordt een debat met tweemaal eigen argumentatie en dus een debat tussen twee doven.

Aanval op argument

U gaat geraffineerder te werk als u de ander op een argument aanvalt: “Als u vindt dat SUV’s teveel parkeerruimte innemen, dan moet u ook andere grote voertuigen verbieden”. Door een argument onderuit te halen gaat de conclusie wankelen.

Aanval op wat iemand niet gezegd heeft

U kunt natuurlijk ook een aanval plegen op wat iemand niet gezegd heeft: “Door een verbod op SUV’s beperkt u de keuzevrijheid en mobiliteit van consumenten. Daar hoor ik u niets over te zeggen”. Daar deze aanval verlegt u in feit het debat.

Delen:

Alle Tips
Leer Overtuigend Debatteren